Vroeger mocht ik weleens mee met een vriendinnetje en haar ouders naar het strand van Vlissingen. En dat vond ik dan heel speciaal omdat ik de Nederlandse zee niet vaak zag vanwege ouders met een eigen zaak, weinig tijd en onze vakanties naar Griekenland.
Dus besloten de ouders van Marieke om een dagje naar zee te gaan, dan werd ik altijd meegevraagd.
Zo'n dagje strand vergde enige voorbereiding: mijn tas werd de dag van te voren klaargezet, er werd zonnebrand factor 45 in huis gehaald en ik kreeg geld mee om te trakteren. Op de dag zelf werd ik thuis alvast ingesmeerd door mama. Daarover ging mijn badpak en daarover ging nog mijn kleding.
Achterin de auto was het bloedheet. Mijn zonnebrand was dan in mijn kleren getrokken en het proviand was dan meestal al ver op.
Op de terugweg vond ik dan zand in mijn tas.
Afgelopen week wilde ik naar het strand. Gewoon met kleren aan, zonder zonnebrand, zonder proviand. Gewoon, we pakten de trein en we gingen naar het strand. Heel gewoon, alsof we mensen waren die dat altijd deden met hun twee Golden Retrievers, alsof ik een coupe soleil had en alsof we altijd witte kleding droegen. Een strandwandeling maken zoals mensen dat doen als ze uit willen waaien. Ik hoefde niet perse uit te waaien. Ik wilde gewoon graag de Nederlandse zee weer eens zien en ruiken hoe ze ruikt. Ik werd er heel vrolijk van. Bij iedere hond die we zagen vonden we een strategie hoe we de hond zijn pad het beste konden kruisen zodat we hem zouden kunnen aaien. Dat was zielig, maar we hadden er heel veel lol in.
Op de terugweg zat er zand in mijn tas en een dag later werd er een hondje uit het asiel gehaald.
Geen reacties