Ik zat in de trein en ik hield mijn jasje aan.
Na een week logeren bij mijn moeder in Brabant ging ik weer naar Amsterdam. Ik had een enorme weekendtas bij me die ik al vlak voor Den Bosch vervloekte.
Je ziet nu reclames van SIRE van mensen die hun tas op de plek naast hen zetten. Die mensen zijn dan onbewust asociaal. Ik ben met mijn weekendtas bewust onbewust asociaal. Ik weet heel goed dat die tas extreem groot is en zwaar ook. En ik weet ook dat het allemaal erg krap is. En ik weet ook dat ik vaak klem kom te zitten tussen de deur van de coupé. En dat het in- en uitstappen met mij voor je allemaal net een halve minuut langer duurt.
Omdat ik er niet van geniet om bewust onbewust asociaal te zijn, hou ik voortaan de tas onder mijn stoel. Voor zover dat gaat. Ik schuif de tas zover mogelijk onder mijn stoel en zet mijn voeten op de tas. Ik neem dan één plek in beslag.
Ik had dan ook op zijn minst een vriendelijk "Hallo!" verwacht van de conductrice. Ze was niet vriendelijk. Ze was een bitch.
"Wil je je voeten op de grond zetten?" vroeg ze.
"Oh maar ze" begon ik.
Ze keek naar mijn voeten en zag dat ik mijn voeten op mijn eigen tas had gezet.
"Wil je niet met je knieën tegen het prullenbakje leunen?" vroeg ze.
Duidelijk een geval van iemand die er een beetje te erg van geniet om gezag te hebben.
Op zulke momenten zou ik best kunnen gaan huilen. Als ik echt wil. Ik wilde niet, maar ik ben nog wel de hele treinreis van slag geweest.
elf reacties
Maar inderdaad, wat een trut! Zinzy (URL) - 30-04-’09 09:19
Een of meer reacties staan in de wachtrij om goedgekeurd te worden.